Sportweek
De zwarte vegen op zijn gezicht verraden dat hij hard gewerkt heeft. Voor zijn kopman Ivanov, knikt hij, terwijl hij een blikje frisdrank gulzig aan zijn mond zet. Rond hem is er de chaos van renners en volgautos die bezit nemen van de finishstraat in Ninove. De Ronde van Vlaanderen kent weer een nieuwe winnaar in Alessandro Ballan, zíjn kopman kon zich niet mengen in de finale en bij hem zelf was het beste er af toen ze aan de Muur van Geraardsbergen begonnen.
Maar hij is tevreden. Heeft veel geleerd vandaag, heeft tot in de finale meegedaan. En vooral een goed gevoel aan de lange dag overgehouden. Voor Parijs-Roubaix heb ik goede hoop, zegt hij. Als we zaterdag teambespreking hebben, zal ik zeker aangeven dat ik goed ben. Dat er ook voor mij gereden mag worden. Een paar minuten nadat hij 259 kilometer heeft gestoempt, gezweet, over kasseien heeft gedenderd en venijnige klimmetjes heeft bedwongen zijn de gedachten al weer in Noord-Frankrijk. Naar de wedstrijd waar hij al zo lang naar uitkijkt.
Een zware bergrit winnen in de Tour de France? Nee, dankjewel. Als hij moet kiezen tussen winst in Parijs-Roubaix of bovenop Alpe dHuez, dan kiest hij voor de klassieker. Zonder twijfel.
In Nederland is hij een van de weinige die er zo over denkt. Alleen Bas Giling deelt echt zijn mening, overpeinst hij. Het is dan ook geen toeval dat Giling tweede werd in de editie van Parijs-Roubaix voor beloften die hij won in 2004. Toen was al duidelijk dat zij er helemaal voor gingen in dat soort wedstrijden.
Samen verlieten ze het Rabo-nest; Giling trok naar T-Mobile, hij ging naar het Liberty Seguros van Manolo Saiz. Dezelfde Saiz die het middelpunt van het onderzoek naar de Spaanse arts Eufemiano Fuentes was en er de oorzaak van was dat de ploeg er vorig jaar mee op hield.
Maar, zegt hij, Saiz heeft bij hem nog nooit rare dingen gedaan. Saiz is altijd heel goed voor mij geweest. Die hele dokter Fuentes heb ik nog nooit gezien. Saiz zal er best iets mee te maken hebben, anders staat hij niet zo in de schijnwerpers. Maar ik heb er nooit iets van gezien, van meegemaakt. Dus kan ik eigenlijk geen kwaad woord over hem zeggen. Ik kijk nog steeds tegen hem op.
Door de affaire heeft hij vorig jaar zeker niet zijn beste seizoen gehad. Ik heb een tijd rondgereden waarin ik nog maar weinig lol zag in het wielrennen. Daarom is het voor mij belangrijk dat ik nu in een nieuwe ploeg zit, met nieuwe begeleiding. Dat is goed voor me.
En dat hij voortdurend herinnerd wordt aan die periode waarin zijn oude ploeg zo onder vuur lag, dat is vervelend. Maar wie er naar vraagt, krijgt wél antwoord. Ik vind het lekker om het goed uit te leggen, zodat er geen misverstanden over bestaan. Die zijn er al zoveel. Er zijn renners beschuldigd omdat hun naam lijkt op een codenaam die op een bloedzak staat. Dat vind ik zó oneerlijk. En van de andere kant vind ik het óók erg dat renners die écht iets gedaan hebben, waarschijnlijk nooit meer gestraft zullen worden.
Op het hoogtepunt van het onderzoek zat hij thuis in Palamos, op honderd kilometer afstand van Barcelona. Als Nederlander tussen de Spanjaarden, maar goed ingeburgerd, dat wel. Toch had hij weinig te verduren die dagen, de interesse in Catalonië gaat vooral uit naar motorsport. Af en toe zeiden ze: Dat was toch jouw ploeg waar al die dopingtoestanden waren? Zei ik: Ja, dat was inderdaad mijn ploeg, maar ik heb er niks mee te maken. Was de reactie: Oh, dan is het goed. Ze hebben zich er nooit zo druk over gemaakt.
Hoe die jongen uit het Brabantse Liempde terecht is gekomen bij Liberty Seguros en nu bij Astana uit Kazachstan rijdt? Hij is nu eenmaal niet iemand die veel thuis zit. Waarom weet hij eigenlijk niet. Het avontuur heeft hem altijd getrokken. Vakantie in het buitenland vond hij ook al zo mooi, hij wilde nooit naar huis. Dan dacht hij: híer zou ik wel willen wonen. Van jongs af aan zit dat er al in.
Niet voor niks was Erik Breukink zijn held. Breukink fietste voor een Spaanse ploeg en dat vond hij als kleine jongen al interessant. Er zijn natuurlijk Nederlandse ploegen, en het is mooi als je daar voor kan fietsen, maar als je naar zon buitenlandse topploeg kan, ja
Het is misschien hetzelfde als dat een jonge voetballer in Nederland hoopt dat hij ooit bij AC Milan zou willen voetballen.
Dus toen die kans in 2005 kwam om in Spanje prof te worden, twijfelde hij niet. Want hij kreeg ook nog eens de mogelijkheid om te gaan wonen waar hij maar wilde. Wat begon als een zoektocht naar een plek om in de winter onder betere omstandigheden te kunnen trainen, is nu zijn vaste verblijfplaats. Het is natuurlijk niet altijd makkelijk. Hij zit ver weg van familie en vrienden, en voor lange tijd. Sinds oktober vorig jaar is hij bijvoorbeeld maar negen dagen in Nederland geweest. Maar als hij eerlijk is: het bevalt hem.
Hij is onafhankelijk, heeft er geen problemen mee om alleen te zijn. En dat is sterker geworden omdat ik de afgelopen twee jaar als enige Nederlandstalige in een buitenlandse ploeg zat, dan word je heel erg op jezelf aangewezen.
Die instelling heeft hem waarschijnlijk ook zijn plekje bij Astana opgeleverd. Het verhaal gaat dat Alexandre Vinoukorov zich persoonlijk sterk heeft gemaakt voor zijn komst naar de ploeg, als een van de slechts vier renners uit de Liberty-ploeg waar Vino ook kopman was. Hoewel hij weet dat het leuk klinkt, is hij er zelf niet zo zeker van.
Voor hem is het beste om te denken dat hij zijn plek verdiend heeft, omdat hij het afgelopen jaar zo hard voor de ploeg heb gewerkt. Als je naar een Spaanse ploeg gaat, alles opgeeft in Nederland en naar Spanje verhuisd, blijkt dat je er alles aan wil doen om het hoogste in de sport te bereiken. Ik denk dat alle ploegen op zoek zijn naar dat soort renners. Er zijn niet voor niks zoveel Australiërs met succes. Die laten ook alles achter. Dan zit je daar in een vreemd land. Het enige dat je hebt, is het wielrennen. Zijn uitspattingen bestaan uit bezoekjes aan het kleine strandje dat hij vanuit zijn appartement kan zien liggen en zijn Xbox die overuren maakt met vooral ijshockeyspellen.
Dat hij anders is dan zijn Nederlandse generatiegenoten, daar denkt hij niet echt over na. Hij weet het natuurlijk wel. Anderen zeggen het vaak genoeg. Maar dat vindt hij heus niet erg. Ik houd er niet van om een grijze muis te zijn, dat zit niet in mijn aard.
Hij heeft bewegingswetenschappen gestudeerd en wil zich naast het Spaans ook het Russisch machtig maken. Misschien is zijn wielercarrière wel een tijdje ten koste gegaan door zijn studie, maar spijt heeft hij daar niet van. Wellicht was hij iets eerder prof geworden, maar die studie had hij niet willen missen. Stel dat het niet gelukt was met het wielrennen? Dan had hij met lege handen gestaan, net zoals zijn ouders hem voorhielden. Ook al weet hij sinds hij prof is zeker dat dit leven het mooiste is wat hij kan leiden. Ik mag in Spanje wonen, kan de hele wereld over reizen, ik zie heel veel en ik krijg er nog voor betaald ook. Wat wil je nog meer?
Wat wielrennen betreft, wil hij het uiterste uit zichzelf halen, legt hij zich vaak genoeg zoveel druk op voor een wedstrijd dat als het tegenzit hij er goed ziek van is. Eigenlijk totdat de volgende wedstrijd weer van start gaat. Af en toe ga ik twijfelen. Heb ik wel genoeg getraind? Dat hoort schijnbaar bij de topsport: twijfel. En die studie van hem zit hem daarbij soms bij in de weg. Ondanks dat hij bij trainingen precies weet waaróm hij bepaalde dingen moet doen.
Van de andere kant ga je wel weer overal over nadenken. Daarom is het voor mij ook lekker om er een trainer bij te hebben. Ik denk dat ik anders te streng voor mezelf ben. En ik zeg ook niet dat ik zelf álles weet. Er zijn mensen die met hun praktijkervaring toch meer weten...
Ja, hij is eigenwijs, lacht hij. Ik vrees het wel. Als ik ergens echt van overtuigd ben, dan moet je met duidelijke argumenten komen om mij van gedachten te doen wisselen. Maar volgens mij is het een goede eigenschap voor een sporter. Ik was in ieder geval niet van plan het te veranderen!
Zeker niet nu hij in een fase van zijn loopbaan zit waarin hij zo hoopt op die doorbraak. In september wordt hij vijfentwintig jaar. Ik verlang het echt heel erg van mezelf. Bij Astana tekende hij een tweejarig contract, maar hij is niet iemand die daardoor achterover gaat zitten. Ik hoop dat ik kan bewijzen hoe sterk ik ben, hoe ik me echt voel. Ik denk dat het er gewoon maar eens uit moet komen.
Hij wil immers hogerop in het wielrennen. Natuurlijk zou hij een goede knecht kunnen zijn, maar daar wil hij nu nog niet voor gaan. Misschien dat volgend jaar, of wie weet dit jaar, blijkt dat ik het gewoon niet kan. Dat ik de mogelijkheden niet heb om kopman te zijn. Dan wil ik me best in een knechtenrol schikken.
En ja, in die rol zou hij zich kunnen schikken. Ook al dacht hij toen hij als prof begon: als ik niet absolute kopman ga worden, kan ik beter studeren of werken. Maar nu zie ik dat het leven dat ik heb, mooi is. Ik kan me niks indenken dat mooier is. Dus kan ik me voorstellen dat ik ooit een knechtenrol zal accepteren. Maar eh
daar houd ik me voorlopig niet mee bezig. Ze zeggen altijd dat je je kans moet pakken als je goed bent. Je weet zelf welke wedstrijden je goed liggen, wáár die kansen liggen. Daar moet je dan maar een beetje eigenwijs zijn. En die wedstrijd is voor hem Parijs-Roubaix.
Na afloop van zijn eerste deelname als prof aan die lievelingsklassieker werd hij 24ste . Het was 2005 en hij vertelde na de finish in Roubaix dat hij over twee jaar mee zou moeten kunnen doen in de finale.
Die twee jaar zijn voorbij. Terugkomen op zijn woorden wil hij niet. Ik denk dat ik er de mogelijkheden voor heb, dat ik er alles voor heb gedaan. Het is alleen afwachten in de wedstrijd zelf. Ik ga er gewoon honderd procent voor. Dat eerste jaar had ik wat geluk mee. Nét niet vallen, nét mee zijn. Dat had ik het tweede jaar allemaal tegen. Ik reed lek op verkeerde momenten, reed een wiel stuk. Toch ben ik gefinisht, om mezelf iets te bewijzen.
Misschien dat het lot hem zondagmiddag beter gezind is. Wie hem in de douches van het Vélodrome in Roubaix tegenkomt, weet genoeg. Want dat heeft hij zich al voorgenomen. Als ik tevreden ben, is er niks mooiers dan onder die oude douches te staan. Het hoort bij die koers. Na mijn 24ste plek heb ik zelfs een hokje uitgezocht, ben ik ze allemaal langs gegaan. Welke ik uiteindelijk heb gekozen weet ik niet meer. Het zal wel een hokje met de naam van een Nederlandse winnaar zijn geweest.
De Kort over
Borat
Als je zegt tegen mensen dat je ploeg uit Kazachstan komt, is de eerste reactie is: ah, Borat! Dat is wel grappig. Maar bij de Kazakken bij ons in de ploeg ligt het gevoelig. In de Ronde van Qatar zijn een aantal écht kwaad geworden toen we het er over hadden. Hoe kun je daar toch om lachen? Zo gaat het toch helemaal niet in Kazachstan? Alleen maar domme mensen kijken er naar!
Ik vind het zelf geweldig, maar dat mag ik natuurlijk helemaal niet zeggen... En eigenlijk zet het meer de Amerikanen voor gek dan de Kazakken. Maar ik weet niet hoeveel mensen dat begrijpen. De Kazakken zijn zo trots op wat ze bereikt hebben, en dan is er iemand die hen zo te kakken zet. Als iemand zon programma over Nederlanders zou maken, zou er niemand kwaad om worden, denk ik.
Andreas Klöden zei na het winnen van Tirreno-Adriatico dat we niet alleen voor een sponsor rijden, maar voor een heel land. Daar ben ik het mee eens, zo voelt het wel. Ik ben heel trots op Nederland. Maar als ik het WK mag rijden, dan rijd ik heus voor Nederland!
Parijs-Roubaix
Ik vind het een oerwedstrijd. Het is net alsof je honderd jaar terug gaat in de tijd. Er zijn allemaal moderne dingen aan die fiets, alles moet zo licht mogelijk. Alles wordt precies uitgedokterd en dan ga je daar gewoon over wegen rijden uit de Romeinse tijd, met modder en alles er op. Het is een man-tegen-man gevecht. Het gaat niet meer om het materiaal, maar om wie er de sterkste is. Het is wielrennen zoals het ooit begonnen is, denk ik. Er zitten nauwelijks heuvels in het parcours, zeker in het laatste gedeelte is het zo goed als vlak, en tóch komt iedereen een voor een over de finish. Mooier kan het eigenlijk niet.
Astana
Er was een klein dorpje, ik weet niet meer hoe het precies heette. Dat hebben ze eigenlijk gewoon platgegooid en daar hebben ze, hup, een nieuwe stad gebouwd: Astana. Dat letterlijk hoofdstad betekent. Voor de ploegenvoorstelling in Astana kregen we een rondreis door de stad, onze gids vertelde dat binnen tien jaar alles volgebouwd zou zijn, zo ver als we konden kijken. Blijkbaar hebben ze geld genoeg in Kazachstan.